Gezonde wortels zijn de basis van een gezonde plant. Wortels kunnen door schimmels aangetast worden, waardoor wortelrot optreedt. De meeste schimmels zijn echter niet in staat om primair wortelproblemen te veroorzaken bij vitale wortels. Verzwakte wortels kunnen secundair geïnfecteerd worden met plaatselijk aanwezige schimmels. Bij een hogere schimmeldruk van secundaire schimmels worden wortels sneller aangetast als de wortel wordt verzwakt. Het is dus van groot belang om ervoor zorg te dragen dat het wortelgestel gezond blijft.

In de teelt zijn hiervoor de watergift, EC, de verwarmingstemperatuur en plantactiviteit belangrijke factoren. Het kan soms nodig zijn de schimmeldruk via chemische bestrijdingen te verlagen. Daarnaast wordt steeds vaker gekozen om via ‘weerbaar telen’ wortelproblemen te voorkomen. Hiervoor wordt de biologische activiteit rond de wortel aangepast om de wortel beter bestand te maken tegen aantastingen van schimmels of om ziekteschimmels te verdringen.

Functie wortel
De wortel is het deel van de plant waarmee deze water en opgeloste voedingsstoffen opneemt. Door opname van water ontstaat er een worteldruk. Ook zorgt de wortel voor de verankering van de plant in het substraat. De wortel heeft ongeveer dezelfde bouw als de stengel. In het midden van de wortel zit de centrale cilinder, die bestaat uit hout- en zeefvaten. Via houtvaten wordt water en opgeloste voedingstoffen naar de plant getransporteerd. De zeefvaten zorgen dat assimilatieproducten, met name suiker van de plant naar de wortel stromen.

Gezonde wortels van een phalaenopsis plant

Wortels anthurium en phalaenopsis
Anthurium en phalaenopsis zijn epifyten. Epifyten zijn organismen die op planten groeien zonder hieraan voedsel te onttrekken. De wortel bestaat uit een kern en een mantel. De mantel bestaat bij phalaenopsis uit een soort sponsachtig weefsel en wordt het velamen genoemd. Het velamen is een opslagplaats voor water en voedingsstoffen. Het transport van water en voedingstoffen vindt plaats door de kern van de wortels.

Schimmels en plant
Schimmels leven vaak in symbiose met planten. Aangenomen wordt dat 80% – 90% van alle planten in symbiose met schimmels leven. De meest voorkomende interactie is de mycorrhiza, een mantel van schimmeldraden die de haarwortels van planten omhult. De relatie is zowel voor de plant als de schimmel voordelig. De plant kan meer voedingsstoffen opnemen via de schimmel. Omdat het mycelium van de schimmel de haarwortels van de plant omgeeft, zijn deze ook beter beschermd tegen uitdroging en parasieten. De schimmel ontvangt koolhydraten van de plant, die deze door fotosynthese in haar bladeren produceert en ook naar de wortels aanvoert. Maar liefst 5 tot 20% van alle geassimileerde suikers worden uitgescheiden via de wortels. Zo kan de plant nuttige bodemorganismen bevoordelen ten opzicht van schadelijke organismen.

Er zijn echter ook een aantal schimmels die een plant kunnen parasiteren. Bij op planten parasiterende soorten zitten vaak aan het einde van de schimmeldraad zuigende organen die in de cellen van de plant doordringen om daar voedingsstoffen te onttrekken. Een aantal van deze schimmels kunnen wortels aantasten en leiden tot wortelproblemen.

Teeltmaatregelen voorkomen wortelproblemen
In de teelt zijn zaken als substraatkeuze, watergift, klimaat, bemesting en planning/gewasverzorging van belang om een wortel vitaal te maken en te houden. Via hygiëne, ontsmetten en schoon plantmateriaal kan de schimmeldruk worden beperkt. Daarnaast kan het soms nodig zijn de schimmeldruk via een chemische bestrijding te verlagen. Ook is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor ‘Weerbaar Telen’. Bovenstaande teeltmaatregelen zullen hieronder uiteengezet worden, waarna ‘weerbaar telen’ verder zal worden behandeld.

Substraatkeuze en watergift
Aangezien anthurium en phalaenopsis epifyten zijn, is het voor wortels nodig een luchtig substraat te hebben. Een luchtig substraat is van belang om wortels actief te houden en te laten doorgroeien. Door te variëren in tijd tussen verschillende beurten en met de beurtgrootte, zal er meer of minder lucht in het substraat aanwezig zijn. Vooral bij phalaenopsis kan het te lang nat blijven van het substraat de groei van de wortel tot stilstand brengen. Bij de verschillende gewassen zal een te nat substraat doorgaans ook de worteldruk verhogen.

Potanthurium in kokos, de linkerpot heeft een fijnere structuur dan de rechterpot.

Klimaat
Om een wortel actief te houden is er verdamping en een goede worteltemperatuur nodig.

Verdamping
De motor van de wateropname is de verdamping. Hierdoor wordt water omhoog getrokken in de plant. De opname van water en nutriënten vindt vooral plaats in de jongste worteldelen en dan met name in de wortelharen. Als er geen verdamping mogelijk is of verdamping snel afneemt, ontstaat de kans dat door verhoogde worteldruk wortels verzwakken. Dit is te beperken door in het klimaat sterke overgangen te voorkomen. Daarnaast is ook met de watergift en EC de worteldruk te sturen. Wisselende en hoge worteldruk kunnen wortels verzwakken.

Worteltemperatuur
Voldoende temperatuur van de wortel is nodig voor een sterk wortelgestel. In het substraat warmen wortels door instraling niet zo snel op. Zeker wanneer er ’s nachts koud wordt geteeld, duurt het erg lang voordat het totaal van massa van substraat, water en wortels in temperatuur is gestegen. Daarom is het van belang bij koudere nachten voldoende warmte in te brengen via het ondernet.

Bij phalaenopsis is het afdrogen van het substraat in de potten van belang om stilstand van de wortel te voorkomen. Door verwarmen via met name de onderbuis kan ervoor worden gezorgd dat het substraat goed afdroogt.

Bemesting
Een goede EC is een balans tussen voldoende mogelijkheden om voedingsstoffen op te nemen en het voorkomen van belemmering van de wortelgroei door een te hoge EC.  In de snijanthurium teelt wordt de laatste jaren de EC bij wisselende klimaatomstandigheden gevarieerd. Richting winter en regentijd kan de EC worden verhoogd om de worteldruk in deze periode niet te hoog op te laten lopen en om kwaliteitsproblemen te voorkomen. Bij potten teelten van anthurium en phalaenopsis wordt doorgaans een constante EC aangehouden.  Voor potanthurium kan de EC het beste worden gecontroleerd door het analyseren van potgrond. De optimale EC ligt in 1:1,5 analyse van grond rond 0,5 EC.

Bij phalaenopsis geeft de drain EC een goede indicatie om een te hoge EC te voorkomen. Op barksubstraat  blijkt een EC van 0,8-1,2 mS/cm het beste. Loopt de EC boven de 1,2 EC, dan kan dit met beurten schoon water  worden uitgespoeld.

Planning / gewasverzorging
Door onder andere het uitzetten van potplanten en het verwijderen van blad bij snijanthurium verandert de verdamping van het gewas. Door overgangen voor de plant niet te goot te maken, zullen ook de wortels minder grote overgangen te verwerken krijgen en beter bestand zijn tegen schimmels. Daarom kan ook met een goede planning en regelmatige gewasverzorging de activiteit van de wortel worden beïnvloed.

Chemische bestrijding
Bij verhoogde ziekteschimmeldruk als gevolg van wortelproblemen is het vaak nodig de wortelproblemen te beperken door het verlagen van de ziekteschimmeldruk via een chemische bestrijding. Er wordt soms gekozen preventief de ziekteschimmeldruk te verlagen in de periode voorafgaand aan de te verwachten verzwakking van een plant. Hiermee kan worden voorkomen dat verzwakte wortels door de schimmel worden aangetast.

Gezonde wortels van een snijanthurium in perliet.

Hygiëne, ontsmetten en schoon plantmateriaal
Door strikte bedrijfshygiëne moet geprobeerd worden ziekteschimmels buiten de deur te houden. Voor het betreden van de teeltruimte geldt voor alle personeelsleden en bezoekers, dat handen en schoenen ontsmet moeten worden. Als er toch een ziekteschimmel wordt geconstateerd, moet in de kas een verspreiding binnen het bedrijf worden voorkomen. Dit kan onder andere door drainwater voor hergebruik goed te ontsmetten. Houd tevens rekening met de kans op verspreiding  met werkzaamheden. Na het poten zijn planten kwetsbaar. Zorg voor goed substraat en dat teeltsysteem/potten vrij zijn van ziekteschimmels.  En last but not least: start met schoon plantmateriaal.

Weerbaar telen
De laatste jaren is er volop aandacht voor ‘Weerbaar Telen’ met behulp van weerbare substraten. Dit is een substraat dat gebruik maakt van werkingsmechanismen zoals die ook in de natuurlijke omgeving aangetroffen worden. Deze werkingsmechanismen hebben een preventieve werking op mogelijke gewasschade die wordt veroorzaakt door ziekten en plagen. Met een weerbaar substraat kan de vitaliteit van wortels verbeteren en/of voorkomen worden dat ziekteverwekker kans krijgen wortels aan te tasten.
Met het oog op het vergroten van de kans dat een biologische behandeling succesvol is, wordt meestal aangeraden om gebruik te maken van verschillende middelen die inwerken op beide om de kans op ziekte af te laten nemen.

Het vermogen van de grond om een ziekte te onderdrukken is een ingewikkeld fenomeen. Dit wordt geïllustreerd met het, soms ogenschijnlijk onvoorspelbare, succes van diverse ondergrondse natuurlijke vijanden. Een voorbeeld hiervan is de schimmel Trichoderma sp. Deze schimmel kan effectief zijn tegen een groot aantal ziekteverwekkende schimmels, maar blijkt in andere gevallen veel minder te werken. De mechanismen  van ziektewering hangen sterk af van de interactie tussen bodemleven, fysische gesteldheid van de grond en organische stof.

Er bestaat geen twijfel over de rol van microbieel bodem- en substraatleven in de mate waarin een ziekte geweerd kan worden. Bodemorganisme en vooral het microbiële bodemleven spelen hierbij een belangrijke rol. Er zijn verschillende methoden om de hoeveelheid en samenstelling van het bodemleven te bepalen. Bij een bodem voedselweb analyse wordt gekeken naar de verschillende niveaus van het bodemleven en de onderlinge verhoudingen. Op basis hiervan wordt het mogelijk het natuurlijke bodemleven aan te passen en daarmee de weerbaarheid te verhogen. Hiervoor kan worden gewerkt met  compost, micro-organismen , organische extracten of andere middelen om het bodemleven bij te sturen. De algemene gedachte is dat een toename van het microbiële bodemleven resulteert in competitie in de bodem die nadelig is voor ziekteverwekkers. Bron: 2011 DLO Wageningen UR glastuinbouw

Effect substraattype op micro-leven
Dat micro-leven een belangrijke rol speelt, mag nu wel duidelijk zijn. Substraat bepaald in belangrijke mate de samenstelling van het bodemleven. Kokos is als substraat rijk aan alle bodemleven. Steenwol is wel rijk aan bacterieleven, maar de hoeveelheid schimmel biomassa blijft bij steenwol achter ten opzichte van kokos. De samenstelling van de organische stof in substraten is van doorslaggevende betekenis. Bij hoge gehalten aan stikstof overheersen bacteriën. Schimmels zijn afhankelijk van het aanbod aan grotere, niet door bacteriën te verteren koolstofverbindingen.

Gezonde wortels van een snijanthurium in steenwol

Het voorkomen van wortelproblemen kan dus vooral door de plant vitaal te houden. De teeltmaatregelen die hier invloed op hebben, zijn hierboven besproken. Mocht een plant wel verzwakt zijn, dan is het van belang om ziekteschimmels rond de wortels van de plant te voorkomen. Door een goed hygiënebeleid kan schimmel zo veel mogelijk buiten de kas worden gehouden en eventuele verspreiding in de kas voorkomen worden. Daarnaast kan chemie worden gebruikt om de schimmeldruk te verlagen. Weerbaar telen biedt steeds meer mogelijkheden om planten vitaler te houden en tevens te beschermen tegen ziekteschimmels. Hiermee is het mogelijk de kans op wortelproblemen steeds verder te beperken.

Hans van Eijk
Bureau IMAC Bleiswijk B.V.

NB: Het deel van de tekst dat als onderwerp weerbaar telen heeft, daarvoor is de volgende bron gebruikt: Weerbaar substraat: opstellen matrix (2011 DLO Wageningen UR glastuinbouw)